‘De verstilde wereld van zwakzinnigen’ – Anna Enquist

Gepubliceerd in Trouw, 28 januari 2012.

De eerste baan maakt vaak diepe indruk en legt de basis voor later. Schrijfster en psychoanalytica Christa Widlund, alias Anna Enquist (66), begon als psycholoog voor verstandelijk gehandicapten. In oktober vorig jaar kwam haar nieuwe boek ‘De Verdovers’ uit.

“Ik werkte in de zwakzinnigheid, zo heette dat toen. Het was eind jaren zestig, overal in het land werden dagverblijven opgezet voor volwassenen met de mentale leeftijd van een kleuter. Deze zwakzinnigen hadden tot dan toe vaak alleen maar thuis zitten nietsdoen, bij hun veelal oude ouders. In de nieuwe dagverblijven werden ze overdag bezig gehouden.

“Al tijdens mijn studie psychologie werd ik gevraagd na mijn afstuderen in een dagverblijf in Leiden te komen werken. Het was een erg leuke baan. Ik stelde de groepen samen, gaf les aan de verzorgsters, nam testen af bij de zwakzinnigen, hield gesprekken met hun ouders. Ik kreeg veel verantwoordelijkheid. Als meisje van 22 vertelde ik de ouders wat goed was voor hun kind. Er was bijvoorbeeld een diep zwakzinnige, autistische man, die zijn hele leven nog nooit had gesproken. Na een paar maanden bij ons, begon hij te praten. Het enige wat hij in het begin uitbracht, waren vloekwoorden. In de omgeving waar ik werkte waren de mensen heel religieus. Zijn ouders vonden het dan ook verschrikkelijk dat hij zo praatte. Ik legde hen uit hoe blij ik was dat hun zoon zich eindelijk uitte. Hoe durfde ik!, denk ik achteraf. Ik wist helemaal niet wat het voor die ouders betekende.

“Het was een verstilde wereld, die van de zwakzinnigheid. Heel overzichtelijk, de moeilijke problemen van de grote buitenwereld bestonden daar niet. We hielden ons bezig met kleine dingen: met z’n allen aan tafel zitten, een boterham eten. Het was een hoopvolle tijd. Er was geld genoeg, en er was nog veel te bereiken. Zwakzinnigen waren in pedagogische zin tot die tijd erg verwaarloosd. Met veel geduld, in heel kleine stapjes boekten we vooruitgang. Ik leerde plezier te hebben in dat trage doorzetten.

“Ik heb veel profijt gehad van dat geduld. Tegelijk met mijn eerste baan begon ik een studie piano aan het conservatorium. Iedere dag opnieuw oefende ik uren op een muziekstuk, vaak schijnbaar zonder resultaat, maar met het vertrouwen dat ik uiteindelijk op een hoger niveau zou uitkomen. Later, toen ik na het conservatorium een opleiding tot psychoanalytica volgde, gold hetzelfde. Sommige patiënten boden zoveel weerstand dat ik dacht nooit tot hen te kunnen doordringen toch doorgaan. Werken zonder de constante beloning van succes nodig te hebben, zo is het ook bij schrijven. Ik werk een jaar aan een boek, er is niemand die over mijn schouder meeleest en zegt: ‘Mooie scène, goed gedaan!’

“Natuurlijk was het zwaar, mijn baan in de zwakzinnigheid én de pianostudie. Maar het was mooi in evenwicht. Ik heb sindsdien eigenlijk altijd twee dingen naast elkaar gedaan. Tijdens het één rust je uit van het ander, het bevrucht elkaar. Naar schrijven taalde ik in die tijd nog niet. Dat kwam pas veel later. Toen ik na een baan als conservatoriumdocent begon aan de opleiding psychoanalyse, vond ik dat ik maar eens moest kiezen, net als alle andere volwassen mensen. Piano dicht, alleen psychotherapie. Binnen de kortste keren schreef ik gedichten.” Catrien Spijkerman

Leave a Reply