‘Wie was hier de outsider, en wie was normaal?’ – Annelies Verbeke

Gepubliceerd in Trouw 9 mei 2015

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Schrijver Annelies Verbeke (39) begon als gids in het psychiatriemuseum in Gent. Onlangs verscheen haar roman ‘Dertig Dagen’.

“Het Museum Dr. Guislain heeft naast de vaste collectie over de geschiedenis van de psychiatrie een grote collectie outsider-kunst: werken gemaakt door mensen met een psychische stoornis. Van outsider-kunstenaars wordt vaak gezegd dat ze een zeer sterke drang – of zelfs dwang – voelen om kunst te maken. Maar geldt dat niet evengoed voor ‘gewone’ kunstenaars? Waar stopt de normale en begint de outsider-kunst? Die vraag hield me van het begin af aan bezig.

De eerste tentoonstelling die ik gidste, heette ‘Gestoorde vorsten’. Die ging over psychische stoornissen in koninklijke families, en de rariteitenkabinetten die sommige vorsten aanlegden. Ik vertelde over de bijzondere rol van de nar, en over de freakshows: ter vermaak werden vrouwen met baarden uitgenodigd aan het hof, en mensen die ledematen misten. Het misvormde en eigenaardige was aantrekkelijk – dat is trouwens nog steeds zo: we kijken maar al te graag naar realityprogramma’s vol eigenaardige types.

Ik gidste een tentoonstelling over frenologie, de leer waarin men dacht dat de persoonlijkheid was af te leiden uit de vorm van de schedel. Men geloofde dat een wiskundeknobbel bestond, en dat doorlopende wenkbrauwen wezen op een criminele aard. Zulke ‘wetenschap’ toonde voor mij de relativiteit aan van zaken die men voor feiten aanneemt.

Het museum ligt naast een psychiatrische instelling. De twee instituten lopen door elkaar, er werkten dus ook patiënten in het museum. Zo was er een man die altijd als ik bezig was met een groep, in alle ernst naar mij toe liep en me de hand schudde. Met eenzelfde ernst beantwoordde ik dan zijn handdruk. Hij had de autoritaire houding van een dokter. Het was heerlijk te zien hoe het ontzag neerdaalde over de groep museumbezoekers. Had ik hem aan hen voorgesteld als een patiënt, dan was hun houding heel anders geweest. Wie was hier de outsider, en wie was normaal? Hij zette die verdeling in zijn eentje op de helling.

Mijn ervaringen uit het museum heb ik later niet letterlijk gebruikt in mijn boeken, maar er zijn wel degelijk parallellen te vinden. De beperkte blik op de ander vind ik nog altijd interessant: je ziet maar een deel van iemands persoonlijkheid, en vaak trek je daaruit verkeerde conclusies. De afwijking heeft een plaats gekregen in mijn oeuvre, net als de relativiteit van de waarheid.

Van mijn personages wordt bovendien vaak gezegd dat het mensen zijn met een hoekje eraf, vreemde mensen. Dat verbaast me, want zelf zie ik ze helemaal niet zo. Ik vraag me wel eens af of mijn blik op de wereld dan zo anders is.”

Leave a Reply