Chronisch trauma

Gepubliceerd in Psy no. 8, augustus 2009. Klik hier voor pdf-artikel

Mensen die in hun vroege jeugd structureel werden mishandeld, hebben daar vaak de rest van hun leven last van. Lange tijd was er voor hen geen behandeling.

De geur van het tapijt, die blijft Victor van Dalen altijd bij. Hij werd er aan zijn haren overheen gesleurd. Zijn vader sloeg, schopte, schold, dronk. Net als zijn moeder. Victor van Dalen at thuis zelden een voedzame warme maaltijd, sliep met zijn broertjes in dezelfde, ongewassen bedden. Geld was er nooit, liefde evenmin. Jaar na jaar krijste zijn moeder dat hij een debiel was, een mongool, een nietsnut.

Victor van Dalen (47) is vroegkinderlijk chronisch getraumatiseerd. ‘Een trauma is het emotionele gevolg van een schokkende gebeurtenis’, legt psychotherapeut Carlijn de Roos uit. Ze is klinisch psycholoog en coördinator van Psychotraumacentrum GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen. ‘Bij vroegkinderlijke chronische traumatisering wordt het kind als het nog heel jong is structureel mishandeld, meestal door de ouders.’

Hoe jonger, hoe groter de schade, weet De Roos. ‘Jonge kinderen zijn heel afhankelijk van hun ouders. Juist deze personen zouden hen vertrouwen en veiligheid moeten bieden. Als de basisrelatie tussen ouder en kind alleen maar bestaat uit gevaar en onvoorspelbaarheid, sluiten de kinderen zich af. Er is dan geen normaal contact meer, waardoor de ontwikkeling van het kind vertraagt.’ De Roos vergelijkt het met een muur. ‘Als je de bouwstenen onderaan weghaalt, is de muur heel wankel. Als je daar niets aan doet, blijf je er de rest van je leven last van houden.’

Met vijf jaar al opgegeven

Zoals Victor van Dalen. Ook toen hij al lang niet meer bij zijn ouders woonde, voelde hij zich precies zoals zijn moeder hem altijd had voorgespiegeld: niets waard. Als er iets fout ging, was het zijn schuld – zo voelde het althans. Alles mislukte. Steeds opnieuw werd hij ontslagen, altijd maakte hij de verkeerde beslissingen. Hoe hij ook zijn best deed, hij hoorde nergens bij. Van Dalen was depressief, suïcidaal, psychotisch soms. En vooral heel eenzaam.

Hij kwam in de psychiatrische zorg terecht. ‘Gesprekstherapie, groepstherapie, heel veel medicijnen’, somt hij op. ‘Je praat wat, ze geven je een pilletje en je kan weer gaan. Werkt het niet, dan krijg je een andere therapie. Pappen en nathouden.’Aan Van Dalens verleden werd nauwelijks aandacht besteed.

Martijne Rensen staat er nog steeds versteld van. Als interim manager in de zorg stuitte zij min of meer bij toeval op de klacht dat er zo weinig gespecialiseerde behandelmogelijkheden zijn voor chronisch getraumatiseerden. ‘Ik ben eerst gaan onderzoeken of dat wel écht zo was. Ik sprak met patiënten, behandelaren, psychiaters, beleidsmedewerkers van de GGZ en cliëntenorganisaties. Ik dacht dat ze me voor de gek hielden. Psychiaters verkondigden me met een stalen gezicht dat kinderen van vijf jaar met ernstige gedragsproblemen al waren ‘opgegeven’.’

Haar onderzoek duurde twee jaar, haar conclusie: er is écht nauwelijks gespecialiseerde zorg voor deze mensen. Terwijl ze met velen zijn. ‘Er lopen op z’n minst 3200 kinderen en 4000 volwassenen rond die derdelijns gespecialiseerde psychotherapie nodig hebben.’ Het cijfer is berekend op basis van demografische gegevens over het aantal mensen dat in de vroege kindertijd is mishandeld, en het percentage dat daardoor in de problemen raakt. Wellicht zijn het er meer, omdat niet alle mishandeling bekend is.

Geen enkele behandeling bewezen

In 2006 richtte Rensen het Landelijk Centrum Vroegkinderlijke chronische Traumatisering (LCVT) op, een koepelorganisatie die onderzoek doet, opleidt, en specialistische kennis samenbrengt. Verspreid over het land zijn nu veertien topreferente behandelcentra bij het LCVT aangesloten, zes voor kinderen, acht voor volwassenen. Na anderhalf jaar intensief overleg leidde de samenwerking tussen de behandelcentra tot een richtlijn diagnostiek die in alle centra voor volwassenen wordt gehanteerd. Een richtlijn voor de behandeling is nog in ontwikkeling. Tot die tijd gebruikt ieder centrum zijn eigen behandelmethoden, die zorgvuldig worden gedocumenteerd en geëvalueerd, zodat grootschalig effectonderzoek mogelijk wordt. Tot nu toe is geen enkele behandelmethode wetenschappelijk bewezen.

Eindelijk, verzucht Van Dalen. ‘Eindelijk begrip.’ Van Dalen werd behandeld in één van de traumacentra van het LCVT. ‘Deze behandelaar luisterde echt naar me. Ze legde uit hoe de dingen werken in mijn hoofd. Waarom het heden bij mij nog zo erg wordt beïnvloed door het verleden. Die link had ik zelf nooit gelegd.’

Vertrouwen en begrip zijn de belangrijkste bestanddelen voor de behandeling, zegt Suzette Boon. Ze is onderzoekster en psychotherapeut bij het traumacentrum van Altrecht, één van de topreferente traumacentra. ‘Hoe verschillend deze patiënten ook zijn, de basis van hun problemen ligt altijd in de hechtingsproblematiek. Het vertrouwen in anderen is structureel beschadigd. Om ook maar iets te kunnen beginnen, moet je als behandelaar daarom eerst een stabiele relatie met de patiënt opbouwen. Dat kost veel tijd, en die is er in andere psychiatrische behandelingen meestal niet. Daar bestaan behandelingen vaak maar uit vijftien sessies. Een vertrouwensrelatie begint soms echter pas na 50, of 100 sessies te komen. In onze centra is daar tijd voor, wel vier jaar, als dat nodig is.’

De behandeling verloopt in drie fasen. In de eerste fase, die van stabilisatie en symptoomreductie, wordt het vertrouwen gewonnen. Boon: ‘Die fase duurt het langst. Patiënten leren hun emoties te reguleren en hun impulsen te onderdrukken. Er wordt nog niet over de trauma’s gepraat, maar ze worden ook niet ontkend of genegeerd.’

Bij de behandeling van kinderen worden ook de ouders bij de therapie betrokken. ‘In de eerste fase moet vooral veiligheid en structuur in het gezin worden gecreëerd’, vertelt De Roos. ‘Vroeger wilde men het kind het liefst zo snel mogelijk uit het gezin halen. Nu proberen we het maximale uit de ouders te halen – mits het veilig is voor de kinderen, uiteraard. Soms moeten eerst de ouders worden geholpen, zij hebben zelf vaak ook trauma’s.’

EMDR werkt goed

De tweede fase is de behandeling van de traumatische herinnering. ‘Sommige patiënten komen nooit in deze fase’, zegt Boon. ‘Ze zijn té beschadigd.’ Dat wil niet zeggen dat de therapie voor niets is geweest. ‘Ze hebben in de eerste fase leren omgaan met hun klachten, waardoor ze beter functioneren in het dagelijks leven. Dat is al heel wat.’ Patiënten die wel ‘klaar’ zijn voor de tweede fase, halen onder begeleiding stap voor stap hun traumatische herinneringen op. De methoden hiervoor verschillen.

De Roos gebruikt vaak EMDR, Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Bij deze methode wordt een traumatische herinnering opgehaald, samen met alle gevoelens en lichamelijke sensaties die ermee gepaard gingen. Tegelijkertijd wordt de patiënt afgeleid door bijvoorbeeld de hand van de behandelaar van links naar rechts met z’n ogen te volgen. ‘Door de afleiding is de emotie te verdragen. De herinnering wordt als het ware opnieuw ‘opgeslagen’ in het geheugen, nu losgekoppeld van de vreselijke gevoelens. Wanneer de herinnering later onverwacht weer terugkomt, wordt de patiënt niet meer overvallen door de emotie.’

‘De klinische praktijk laat zien dat het wonderbaarlijk goed werkt’, zegt De Roos. De methode is echter nog niet wetenschappelijk bewezen. Sommige psychotherapeuten zijn huiverig, omdat het niet zeker is hoe de patiënt zal reageren op de herinneringen. In de meeste topreferente centra worden daarom ook andere therapieën gebruikt, zoals cognitieve gedragstherapie. Bij die therapieën worden de herinneringen op een andere manier opgehaald en opnieuw ‘opgeslagen’. Deze therapieën zijn evenmin bewezen.

Je moet wel heel goed weten waar je mee bezig bent, geeft De Roos toe. ‘Die afschuwelijke gebeurtenissen zijn ergens diep weggestopt. Het lijkt misschien allemaal rustig, maar als je in die pot met ellende gaat peuren, dan gaat het leven. Het is niet de bedoeling dat er een waterval aan herinneringen vrijkomt waarbij het kind wordt overspoeld door de heftige emoties die het met zich meebrengt. Daar wordt het kind nóg depressiever of onhandelbaarder van. Je moet daarom zeker weten dat een kind er klaar voor is.’

De behandeling wordt afgesloten met de derde fase, waarin de patiënt moet leren normaal te functioneren in de maatschappij. Zo leerde Van Dalen dat hij eigenlijk helemaal niet met geld kon omgaan. ‘Ik besefte dat ik de betekenis van geld niet kende. Hoe kun je met geld omgaan als je nooit hebt gezien hoe het wél moet?’ Met dat inzicht stapte hij naar een maatschappelijk werker die hem leerde budgetteren.

Wachtlijst van negen maanden

Van Dalen heeft nu geen flashbacks meer die hem overvallen en verlammen. ‘Ook merk ik dat ik tot veel meer in staat ben dan ik altijd dacht.’ Hij denkt nog wel vaak aan vroeger. ‘Maar ik blijf er niet meer in hangen. Ik ben bezig met het heden. Voor het eerst in meer dan veertig jaar lééf ik echt.’

Waarom moest dat zo lang duren? Waarom is er nu pas aandacht voor vroege chronische trauma’s? Traumatisering is moeilijk te herkennen, zeggen psychotherapeuten. De gevolgen van een trauma zijn heel divers. ‘De één heeft een eetprobleem, de ander is depressief, een derde is verslaafd’, somt Boon op. ‘Het ligt voor de hand de symptomen van die problemen te behandelen. Zelf zullen de patiënten niet snel met het trauma op de proppen komen. Sommige mensen hebben zichzelf zelfs helemaal afgesloten voor de traumatische herinneringen.’

Lange tijd was er gebrek aan kennis. De Roos: ‘Pas sinds 1987 is bekend dat kinderen last hebben van traumatische gebeurtenissen. Voorheen dacht men dat ze het zich toch niet konden herinneren, omdat kinderhersenen nog niet helemaal ontwikkeld zijn. Er waren dus ook geen instrumenten zoals vragenlijsten om erachter te komen.’ Opleidingen tot psycholoog, psychiater of hulpverlener besteedden ook geen aandacht aan het onderwerp.

Bovendien was het taboe. ‘Men heeft het probleem soms ook niet willen zien. Het was té naar. Dat mensen sigarettenpeuken op kinderen uitdrukken, dat wil je gewoon niet geloven’, legt De Roos uit. Er was ook scepsis over de ernst van het probleem, zegt Boon. ‘Nog altijd is er debat over de vraag naar het waarheidsgehalte van herinneringen. Ook zijn er mensen die menen dat het trauma wordt aangepraat door de therapeut. Die scepsis is er altijd geweest, en is er nu nog steeds. Gelukkig wordt het minder.’

Dat blijkt wel uit het aantal aanmeldingen bij het LCVT. Het totaal van 1300 behandelplaatsen zit tjokvol, ieder centrum heeft wachtlijsten. Op de afdeling waar Boon werkt, is een wachttijd van negen maanden. Die wordt langer en langer. Directrice van LCVT Rensen: ‘Er is een waanzinnige toeloop. GGZ en GGD weten ons goed te vinden, de problematiek wordt erkend. Geld om uit te breiden is er echter voorlopig niet.’

Dus zitten nog veel mensen op ‘de verkeerde plek’. ‘Er belde een mevrouw die al veel therapieën in de GGZ had ondergaan. Ze was zó enthousiast dat ze mocht beginnen met de behandeling in een traumacentrum’, vertelt Rensen. ‘Ik dacht: maar die behandeling wordt ongelofelijk zwaar! Ze vond het niet erg, ze was allang blij dat ze er eindelijk iets speciaal voor haar is. Sommige mensen zijn blij als ze op vakantie gaan, andere als ze eindelijk worden behandeld.’

Victor van Dalen is een pseudoniem. Onder deze naam schreef Van Dalen het boek De Ruïne, over de mishandelingen in zijn jeugd en wat ze te weeg brachten.

Tags: , , ,

2 Responses to “Chronisch trauma”

  1. Marloes Hoogkamer zegt:

    Geachte mevrouw Spijkerman,

    Ik zie dat u freelance journalist bent, dus misschien ben ik helemaal aan het verkeerde adres, maar misschien ook wel weer het juiste adres als u dergelijke onderwerpen als hierboven onder de loep hebt genomen. Ik heb een vraag: Weet u wat de naam is van de aandoening (als die bestaat) van het fenomeen dat iemand fysiek mishandeld is, dat niet meer te verduren heeft (naast nog wel geestelijke/mentale onzekerheid), maar films kijkt waarin vrouwen op een zelfde manier mishandeld worden als bijvoorbeeld in Sleeping with the enemy met Julia Roberts?

    Ik zie uit naar uw reactie.

    Hoogachtend,

    Marloes Hoogkamer

  2. Janneke zegt:

    Ben zo blij dat lcvt er is…ben de jongste van 4 een echte nakomertje.

    Je zou kunnen zeggen ze stond erbij en keek er na, hoe ouder ik werd( ben 37 nu) hoe meer ik hoorde en leerde van het hoe en wat mijn oudere zussen hebben ondergaan vroeger ,metname de tweede in de rij heeft het echt te voorduren gehad en het is zij die door onze moeder werd mishandeld vooral ook geestelijk…altijd bleef ze hangen in de herinnering , ik bleef altijd maar luisteren en op een afstandje aanwezig , je zou kunnen zeggen op afroep aanwezig… want het was altijd “nee ik red me wel “en dus werd er geen contact gezocht en ook niet getolereerd ze verstopte zich letterlijk vooral voor familie en vrienden .. of idd het tegenovergestelde ..claimen dus.. ongrijpbaar ook niet altijd te begrijpen, maar boven alles een mens met een goed hart , die vooral ook zichzelf niet kon begrijpen ..en met de grote vraag waarom onze moeder het had gedaan..

    Gelukkig krijgt ze nu goede hulp en het verhaal van van Dalen en het eindelijke begrip zo herkenbaar!!

    Hier laat ik het maar bij …

    Vriendelijke groeten Janneke

Leave a Reply