‘Om te ontprikkelen moeten we ánders prikkelen’

,

Een krakend chipszakje in een stille treincoupé, de bliepjes van de kassa: ze kunnen voelen als ‘een misdaad tegen de mensheid’. Ben je dan overprikkeld? Neurobioloog en publicist Brankele Frank kent het fenomeen.

Gepubliceerd in Trouw, 25 april 2026

Brankele Frank excuseert zich meteen nadat ze haar gast heeft binnengelaten: ze was eigenlijk nog niet klaar voor de ochtend. Ze schuift boeken aan de kant, maakt espresso, schenkt tomatensap in, en vertelt dat ze tot drie uur ’s nachts heeft zitten werken. “De derde drukproef van mijn boek moest nog gecorrigeerd worden. Overdag was ik dagvoorzitter op een zorgcongres, ’s avonds had ik een première in Den Haag. Toen ik thuiskwam was het half één ’s nachts en moest ik nog beginnen. Ik heb er nog best wat foutjes uitgehaald. Bij elke fout dacht ik: nu moet ik door blijven gaan, want wie weet wat ik nog meer tegenkom. Toen ik klaar was, duurde het nog wel even voor ik in de wind-down kwam en in slaap kon vallen.”

Lekker begin wel hè, voor een interview over ontprikkelen?
Ze lacht. “Ja. Het is überhaupt een beetje ironisch dat ik dit boek binnen een jaar heb geschreven. Toen ik een vriendin vertelde dat het bijna naar de drukker gaat, reageerde ze: ‘Huh? Een boek? Wanneer heb je dat dan geschreven?’ Ik weet het zelf eigenlijk ook niet.”

Frank, opgeleid tot neurobioloog, schrijft wekelijks een column voor het FD, maakt samen met Malou Holshuijsen voor Human een wekelijkse podcast over mentale gezondheid, geeft door het hele land lezingen en versloeg tussendoor ook nog even Rob Jetten in het tv-programma De Slimste Mens (dat ze won). “Ja, het afgelopen jaar was een beetje debiel. Ik vind ook zo veel leuk, ik wil gewoon op alles ‘ja’ kunnen zeggen.”

En zo ontstond ook Het Grote Ontprikkelboek, een ‘denk- en doeboek’, compleet met puzzels en opdrachten, voor ‘iedereen die zich weleens overprikkeld voelt’. Het boek verscheen deze week. Frank stelde de bundel samen; wetenschappers, kunstenaars, artiesten en denkers, van Raoul Heertje en Hilgo Bruining tot Maaike Ouboter, Naaz en Nina Polak, leverden een bijdrage.

“Ik zou alleen een inleiding schrijven, maar uiteindelijk heb ik toch het halve boek volgeschreven, omdat ik wilde dat het een bepaalde lijn had. Toen ik die mooie bijdragen van de anderen las, wilde ik die van wetenschappelijke context voorzien. Het is uiteindelijk toch wel een groot project geworden.”

Is dat typisch voor hoe jij in elkaar zit?
“Ja. In groep zeven maakte ik een werkstuk over honden. Dat werd een soort boekwerk, inclusief alfabetische lijst met hondenrassen. De leraar geloofde niet dat ik het zelf geschreven had, omdat het zo veel, zo uitgebreid was. Ik ben niet zo goed in bepalen wat goed genoeg is. Ik wil altijd meer.”

In Het Grote Ontprikkelboek onderzoekt Frank de zin en onzin van over- en ontprikkeling: bestaat het eigenlijk wel? En zo ja, hoe werkt het? ‘Overprikkeld’, dat pas in 2025 voor het eerst aan de Van Dale werd toegevoegd, is een begrip geworden waarmee iedereen ‘vrijelijk smijt’, schrijft ze.

“Ik vond het aanvankelijk een beetje aanstellerij. Ook omdat het de schuld externaliseert. Het heeft een passieve connotatie: de buitenwereld voert allemaal prikkels op mij af, en ik kan er niet tegen. Ik dacht ook: waar maak je je druk om? Het zijn maar pratende mensen, of achtergrondmuziek, of toeterend verkeer. Maar tegelijkertijd herken ik natuurlijk ook het gevoel overweldigd te worden door alles wat er van je gevraagd wordt.”

En? Ligt de oorzaak inderdaad buiten onszelf?
“Het is belangrijk eerst onderscheid te maken tussen medische overprikkeling en wat de goegemeente bedoelt als ze zegt dat ze ‘overprikkeld’ is. Medische overprikkeling bestaat absoluut. Sommige mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen bijvoorbeeld niet naar buiten zonder zonnebril. Het licht doet hen letterlijk te veel pijn, omdat er iets in hun brein kapot is. Ook mensen met neurodiverse breinen hebben een heel andere prikkelverwerking. Die groepen laten we even buiten beschouwing.

“Wat de meeste mensen bedoelen met ‘overprikkeld’, is dat ze mentaal vermoeid zijn. Het gaat dan niet om de daadwerkelijke prikkel, maar om de betekenis die ze eraan verlenen. Na een lange werkdag kan een krakend chipszakje in de trein ondraaglijk zijn – niet vanwege de decibels, maar omdat je je zo had verheugd op een moment stilte.”

Kunnen we er iets aan doen?
“Het enige wat we hebben om ertegenin te brengen, is onze aandacht. Maar bij overprikkeling is onze aandacht overvraagd. In de huidige maatschappij is aandacht de meest bevochten grondstof: met kleuren, banners, geluidjes, clickbait proberen bedrijven je aandacht te grijpen. Het kost energie om je aandacht ergens op te richten. Dus als je op een dag aan veel verschillende dingen aandacht hebt gegeven, zeker als dat heel gefragmenteerd gebeurde, dan ben je vermoeid.

“We hebben dat laten gebeuren. Ik denk dat we er nu tegenaan lopen dat we te weinig bewust onze aandacht besteden aan dingen waaraan we die willen besteden. Onze concentratie is daardoor niet goed getraind. Mensen zeggen vaak dat ze meer zouden willen lezen, maar er de focus niet voor vinden. Dat is een beetje als zeggen dat je wel wilt gewichtheffen, maar niet sterk genoeg bent. De enige manier waarop je het kunt veranderen, is door te trainen.”

Frank weet als geen ander wat het is om je aandacht niet meer te kunnen richten. In 2015 kampte ze met een ernstige burn-out. In haar eerste boek Over de kop beschrijft ze hoe het zo ver was gekomen: ze maakte 70-urige werkweken als strategieconsultant bij een prestigieus internationaal kantoor waarvoor ze iedere week op en neer moest naar Schotland; de weekenden propte ze vol feestjes en andere sociale afspraken; daarnaast trainde ze voor een triathlon – niet omdat ze sport nou zo leuk vond, maar enkel om te kijken of ze het kon (ze kon het).

Toen de wedstrijden en deadlines achter de rug waren, stortte ze in. ‘Gewoon even bijslapen’, dacht ze eerst, maar daarvoor was het te laat. Haar hoofd deed het niet meer. Haar lichaam ook niet, trouwens. Ze wist zelfs de namen van haar vrienden niet meer. Op de bank liggen was het enige wat nog lukte.

Kun je een supermarktbezoek van destijds beschrijven?
“De bliepjes van de kassa voelden als een misdaad tegen de mensheid. Normaal filtert je brein die geluidjes uit, maar nu vroeg ieder bliepje evenveel aandacht als wanneer er een pistool tegen mijn hoofd zou zijn gezet. Alsof ik er heel alert op moest zijn. Tegelijkertijd moest ik moeilijke keuzes maken: wat ik ging eten, welke producten ik daarvoor nodig had. En dan waren er ook nog al die mensen die om me heen scharrelden. Ik wilde ze niet aanraken, want ook tast kwam veel heftiger binnen. Sommigen praatten met elkaar of voerden een telefoongesprek, dat leidde me ook weer af. Het was verschrikkelijk.

“Ik was dan ook heel ziek. Door de chronische stress waren mijn hersenen veranderd. Ze functioneerden anders, waardoor ik veel eerder de max bereikte van wat ik aankon.” Artsen vertelden haar dat haar ‘batterijtje op was’, maar daarmee nam neurobioloog Frank geen genoegen. Ze wilde precies weten wat er aan de hand was, vanuit het idee: als ik begrijp wat er kapot is, kan ik het repareren. Haar burnout loste Frank op door strakke schema’s die precies bepaalden hoeveel tijd ze besteedde aan werk, sport, sociale activiteiten en rust. Maar tijdens het schrijven van haar boek over alles wat ze geleerd had over haar burn-out, kreeg ze een tweede.

Wat had je over het hoofd gezien?
“Ik zag stress voornamelijk als een externe factor. Ik ging er volledig aan voorbij dat ik zélf ook stress produceer. Mijn hele leven had ik alles cognitief en rationeel aangepakt. Emoties onderdrukte ik. Ik vond bijvoorbeeld dat ik ergens niet verdrietig over mocht zijn, omdat er ergere dingen zijn in de wereld. Als je maar lang genoeg over die emoties heenstapt, herken je ze op den duur niet meer. Dan weet je ook niet meer wat je belangrijk vindt, of wanneer iemand over je grenzen gaat. Maar je loopt wel voortdurend met een soort bol van broeiende onenigheid in je maag. Dat zorgt voor stress, omdat je niet goed omgaat met de situatie, omdat je conflicten niet aangaat. Dat ontdekte ik allemaal in die tweede burn-out.’

Hoe doe je dat nu anders?
“Ik moet mezelf telkens heel bewust bevragen: ‘Oké, wat voel ik nu? Hoe noem ik dat? O, volgens mij ben ik verdrietig.’ Het gekke is: zodra ik de juiste emotie benoem, voel ik mijn lichaam ontspannen. Zo van: yes, die is het. Alsof ik zo de code gekraakt heb. Ik heb het erkend, het mag er zijn, zoiets.

“Ik ben hier groot pleitbezorger van, maar dat betekent niet dat ik er al goed in ben. Ik betrap mezelf er nog vaak op dat ik denk: waarom heb ik hier niks van gezegd? Daten is daar trouwens een goede leerschool voor. Omdat iemand nog helemaal nieuw is, zit je nog niet in de ingesleten paden en is het misschien juist makkelijker om emoties uit te spreken.”

Hoe ontprikkel jij zelf eigenlijk? In Het Grote Ontprikkelboek wordt iedere auteur ingeleid met diens manier om te ontprikkelen. Maar bij jou staat dat er niet bij.
“O, oeps. Voor mij werken logica-puzzels. Maar vooral muziek maken en dansen, wat ik veel te weinig doe. Dan zit ik niet in mijn hoofd, maar in mijn lichaam.

“Maar als ik heel moe thuiskom van mijn werk, heb ik de neiging om op de bank te gaan liggen Netflixen. Het voelt alsof ik dat dan nodig heb, maar ik weet nu dat het niet de beste manier is om te ontprikkelen.”

Ik las in je boek dat ontprikkelen niet per se betekent dat je rust moet nemen of prikkels moet weghalen.
“Klopt. Sterker nog, het kan averechts werken. Je hersenen zijn plastisch, die wennen aan dingen. Als je voortdurend met een noise cancelling headphone op loopt, kun je op den duur niet meer tegen het normale omgevingsgeluid.

“Om te ontprikkelen moeten we ánders prikkelen. We gebruiken de hele dag vooral het taakgerichte executive control network in het brein, waarmee we e-mails typen en to-do-lists afwerken. Om creatief te zijn en onverwachte oplossingen te zien, heb je het default mode network nodig. Rust nemen is dus niet per se het beste, want je wil die kant van je brein óók stimuleren. Dat doe je door te wandelen, te tekenen, stretchoefeningen te doen, te tuinieren, te lezen.

“Het is belangrijk dat het activiteiten zijn waarbij de prikkelinput gelijk oploopt met de verwerking. Je bepaalt dan zelf het tempo: je kunt niet méér letters verwerken dan je daadwerkelijk leest. Bij een Netflixserie ben je veel passiever: de beelden worden op je afgevuurd. Verbeelding is niet nodig, omdat alles al voor je is ingevuld.”

Toen je net vertelde over werken tot diep in de nacht, dacht ik: oei. Hoe voorkom je dat je weer in een burn-out belandt?
“Ik ben nu inderdaad al maanden elke dag, elke avond, elk weekend aan het werk. Gelukkig ga ik maandag een week op vakantie. En nu maar hopen dat ik daar niet instort. Want ik slaap echt te weinig de afgelopen weken. Die vakantieweek heb ik met mijn leven bewaakt, en dat is al een hele verbetering: vorig jaar had ik helemaal geen vakantie, omdat al mijn weken ineens al vol zaten.

“Verder lukt het me steeds beter om erop te vertrouwen dat het wel goed komt – ook als ik een lezing een keer niet tot in de puntjes heb voorbereid. Ik probeer te leren dat het goed genoeg is. Want… het is goed genoeg.”

Brankele Frank (Amsterdam, 1987) studeerde neurobiologie en neurowetenschappen in Amsterdam, Londen en Parijs. Ze gaf les aan de Universiteit van Amsterdam, werkte als strategieconsultant bij McKinsey en zat in het managementteam van dierentuin Artis als hoofd educatie. Ze is columnist bij Het Financieele Dagblad, geeft lezingen over hersenen en mentale gezondheid en is geregeld te gast in radio- en tv-programma’s. In 2025 won ze De Slimste Mens.