Elkaar verder helpen naar de top – het geheim van ‘netwerken’ op hoog niveau

Gepubliceerd in NRC Handelsblad, 28 juni 2014

‘Netwerken’ is oh zo belangrijk om verder te komen in je carrière – ook (of juist) voor mensen die al een topbaan hebben. Maar hoe doe je dat eigenlijk, netwerken op hoog niveau? En welke contacten zijn nuttig?

Zo’n twee jaar geleden wist Quintin Schevernels (42) het even niet meer. Zijn topbaan in het bestuur van uitgever VNU Media bracht hem niet de voldoening die hij zou wensen, maar hij wist ook niet wat hij dan wél wilde. Dus wat deed Schevernels: hij belde een stuk of vier oude bekenden en sprak met ieder van hen af om samen te eten of een glas wijn te drinken. “Ik heb ze mijn dilemma’s voorgelegd en gevraagd: wat zouden jullie doen?”

Schevernels is niet de enige. “Alle succesvolle mensen aan de top die ik ken, hebben een of meerdere vertrouwenspersonen met wie ze een paar keer per jaar afspreken om het over hun carrière te hebben”, zegt headhunter Ralf Knegtmans. Hij publiceerde onlangs het boek Hoe word je ceo, en is mede-eigenaar van een bedrijf voor executive search. “Dat doen ze niet omdat ze onzeker zijn, of slecht in hun werk, maar juist omdat ze erkennen dat ze niet alles weten. Ik durf wel te stellen dat deze contacten essentieel zijn om jezelf beter te leren kennen en verder te komen.”

Een goed contact is iemand die je de waarheid zegt, en van wie je die ook aanneemt, vertelt Knegtmans. “Het is daarbij belangrijk dat hij onafhankelijk is. Hij moet geen enkel belang hebben bij jouw keuze. Je leidinggevende is dus niet de aangewezen persoon: wat goed is voor het bedrijf, is immers niet altijd het beste voor je carrière.” Nog een criterium: “Je vertrouwenspersoon moet jou goed kennen. Om een zinnig advies te kunnen geven, moet hij een beetje weten hoe je in elkaar zit. Bovendien moet hij verstand hebben van je vak.” Knegtmans grinnikt. “Ja, het is nog best een ingewikkeld optelsommetje. Veel mensen vallen af.”

Schevernels noemt zijn contacten “net niet close genoeg om een vriend te zijn, maar het zit er dicht tegenaan”. Allemaal zijn het mensen die hij in de loop van zijn carrière tegen het lijf is gelopen en met wie hij ‘een klik’ had. Met de één zat hij samen in de directie van de Telegraaf, de ander was een collega bij VNU, weer een ander heeft hij leren kennen op een zakenreis. “Je moet een vertrouwensband hebben. Als je je niet kwetsbaar en open kunt opstellen, heeft het geen zin. Het is ook belangrijk dat ze jouw context kennen. Mijn vrouw werkt toevallig als HR-manager, dus zij kan heus pittige vragen stellen, maar zij kent mijn werkomgeving en verantwoordelijkheden niet van binnenuit.”

Jan-Willem Ditters (41) krijgt een paar keer per jaar raad van zijn voormalig bazen. Ditters is director bij Rembrandt Fusies en Overnames, dat onderdeel is van de Rabobank. “Lange tijd werkte ik samen met een tweetal ondernemers. We kennen elkaar nu bijna twintig jaar. Toen ze nog mijn leidinggevenden waren, hadden we soms ad hoc een gesprek over: waar sta je nu, waar wil je heen, welke ontwikkelingen maak je door – zonder dat het meteen een functioneringsgesprek werd. Nu doen we dat nog steeds. Met de één ga ik af en toe lunchen, met de ander golfen. De gespreksonderwerpen staan van tevoren nooit vast, het kan over de business gaan, over mijn carrière, over privézaken.” Soms vragen zijn contacten ook hem om raad, maar meestal is het andersom. “Gezien het leeftijds- en ervaringsverschil is dat ook logischer.”

Het is geen vereiste, maar vaak zijn geschikte vertrouwenspersonen inderdaad ouder dan jijzelf, zegt Knegtmans. “Het is in ieder geval iemand die in ontwikkeling verder is dan jij. Een oude topman vindt het vaak ook gewoon leuk – ijdelheid is niemand vreemd – om een jong talent verder te helpen. Ze steken hun tijd natuurlijk vooral in iemand die ze goed kennen en van wie ze vinden dat ‘ie potentie heeft.”

Toen Schevernels zijn raadgevers een aantal jaar geleden zijn dilemma voorlegde, deden zij hem inzien dat het tijd was voor een nieuwe baan. “Het klinkt nu misschien als een open deur, maar op dat moment had ik die bevestiging heel erg nodig. Ze houden je een spiegel voor.”

Het is niet alléén inrichtingsverkeer, verzekert Schevernels. “Een jaar later klopte één van hen bij mij aan.” Inmiddels zit hij in een fase in zijn carrière dat hij naar eigen zeggen ,,meer geeft dan haalt”. “Een steeds grotere groep mensen gebruikt mij nu als adviseur. Het is af en toe wat worstelen met mijn agenda, maar het is een dankbare taak. Ik vind het een mooi onderdeel van de sharing economy. Vroeger huurde je een coach in die je per uur moest betalen, nu deel je je kennis en ervaring met elkaar.”

Leave a Reply