‘Lekker crossen in een grote Mercedes’ – Arjen Lubach

Gepubliceerd in Trouw, 14 maart 2015

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Schrijver en cabaretier Arjen Lubach (35) begon als taxichauffeur. Iedere zondag is zijn satirische late-nighttalkshow ‘Zondag met Lubach’ te zien bij de VPRO.

“Ik ging werken als taxichauffeur omdat het me doodeng leek. Ik hield namelijk niet zo van mensen, en ik had ook nog maar net mijn rijbewijs. Bovendien zou ik ‘s nachts moeten werken – wat ik helemáál naar vond.

Ik was na vijf maanden gestopt met mijn studie Spaans en wilde filosofie gaan studeren, maar die studie begon pas in september. Ik moest dus een half jaar overbruggen. Het best kon ik iets doen waarvoor ik bang was, dacht ik. Het zou mijn persoonlijkheid verder helpen.

De taximarkt was nog niet geliberaliseerd, er waren dus maar drie of vier taxibedrijven in Groningen en omstreken. Ik koos het bedrijf dat het dichtst bij het huis van mijn vader zat. Tijdens mijn sollicitatiegesprek droeg ik een pak en een stropdas aan een elastiekje – een stropdasknoop leggen kon ik nog niet – en deed net alsof ik was geboren voor het taxivak. Ze vonden het wel een beetje vreemd: ik zag er niet bepaald uit als de gebruikelijke taxichauffeur. Maar door mijn leeftijd was ik supergoedkoop. Ik werd aangenomen, en kreeg de oudste Mercedes die ze hadden.

Het was inderdaad eng. Tijdens de nachtritten in het weekend vervoerde ik dronken mensen die soms wegliepen zonder te betalen. Eigenlijk moest ik dan uitstappen en ze achterna lopen, maar dat durfde ik niet. Een negentienjarig jongetje met een babyface en een te grote Mercedes leek me een makkelijk doel voor drie dronken gasten.

Er waren voor onveilige situaties trouwens wel geheimcodes. Je moest dan een onopvallende zin inspreken in het radiosysteem, iets als ‘Wagen dubbel onderweg naar Westersingel’. De collega’s wisten daardoor dat ze je moesten komen helpen. Maar ik liet klanten die niet wilden betalen altijd gewoon lopen, ik deed nooit iets heldhaftigs.

Overdag bracht ik vooral bejaarden naar hun echtgenoot die in een verzorgingshuis zat. In een poging er nog iets van te maken, nam ik andere identiteiten aan. Ik was bijvoorbeeld een uitwisselingsstudent uit Denemarken met een raar accent, of ik spaarde voor een boot om weg te kunnen zeilen. Soms deed ik alsof ik van het televisieprogramma ‘Taxi’ was, dan vroegen de passagiers of ze de groeten mochten doen in de camera die zogenaamd in de achteruitkijkspiegel verborgen zat.

Maar eigenlijk interesseerden de mensen die ik vervoerde me niet zo veel. Ik hoefde niet zo nodig met ze te praten. Het autorijden zelf vond ik het leukst: met die grote Mercedes over de A28 crossen.

Na een paar maanden realiseerde ik me dat ik voor dit werk niet was weggelegd. Ik was te bang, het was te saai. Ik leerde vooral dat ik iets anders wilde met m’n leven – al had ik nog geen idee wat.”

Leave a Reply